The Fall of Otrar: het Troje van Kazachstan

The Fall of Otrar: het Troje van Kazachstan

De noodlottige stad Otrar was eens een centrum van handel en een belangrijk knooppunt in de zijderoute, maar raakte vanaf de 17e eeuw in verval. Bijna raakte de eens zo roemruchte stad in de vergetelheid, totdat archeologen en historici de stad weer blootlegden en het verhaal van Otrar nieuw leven inbliezen. Ironisch genoeg verging het een Kazachs filmepos over de val van deze stad op dezelfde manier. Na de première in 1991 verdween de film al snel in archieven en bleef het grotendeels onontdekt, ondanks de indrukwekkende schaal van de film in de stijl van Tarkovsky en Kurosawa. Tót de film werd gerestaureerd en in 2026 opnieuw werd uitgebracht – en zo werd gered van de vergetelheid. Het kan rekenen op lovende kritieken en werd vertoond in Eye in Amsterdam.

Vergetelheid en roem zijn ook de kernthema’s van de film, waarin de aanloop naar de val van Otrar wordt verbeeld. Djengis Khan en zijn leger Mongolen vormen een onbekende dreiging achter de horizon, als een zware donderwolk die al voelbaar is voordat hij zich laat zien. Het doek gaat vallen voor Khwarazmische Rijk, zo veel is zeker. Maar wie is nu eigenlijk de beul? Is dat Djengis Khan, de man die het zwaard hanteert? Of is het de interne machtsstrijd die het machtige rijk de das omdoet? De film laat dit mooi in het midden en is daarmee een fascinerende vertelling over een onvermijdelijke ondergang.

Twee noodlottige figuren vormen de steunpilaren van het verhaal: de spion Undzhu en de Khan van Otrar Kaiykhan (Inalchuq). Undzhu werd door diezelfde Khan jaren geleden naar het Mongoolse Rijk gestuurd om daar kennis op te doen van de Mongolen en hun plannen. Nu keert hij terug met een waarschuwing: Djengis Khan is van plan het Khwarazmische Rijk binnen te vallen. Maar zijn waarschuwing valt ten prooi aan een machtsstrijd binnen het rijk. Deze Kazachse Cassandra belandt in een onnavolgbare draaikolk van intrige, waar hij (en de kijker) gelukkig uit weet te ontsnappen. Na enkele omzwervingen en een identiteitscrisis weet hij zijn oorspronkelijke opdrachtgever Kaiykhan toch te overtuigen, als een Mongoolse handelskaravaan Otrar aandoet. Uit angst dat de handelaars cruciale informatie zullen doorspelen aan Djengis Khan, worden ze door Kaiykhan preventief omgelegd. Dit moment vormt de draaischijf in het verhaal en in de wereldgeschiedenis. Want het is juist hierdoor dat Djengis Khan wraak zweert en uiteindelijk Otrar vernietigt. Had hij dat ook gedaan als de handelaren niet waren vermoord? Misschien heeft de arme Cassandra/Undzhu het lot van Troje/Otrar wel bezegeld met zijn doemtijding. Of was het anders ook wel gebeurd, en heeft zijn actie ervoor gezorgd dat de stad het maanden uithoudt tegen het Mongoolse leger, langer dan enige andere Khwarazmische stad? Maakt het eigenlijk nog uit hoe lang je een belegering volhoudt? Wel als je je nalatenschap belangrijker acht dan je leven. Al deze vragen vormen het podium waarop de film zich ontvouwt.

De imposante beelden en filmsets wisselen elkaar af in sepia én kleurenbeelden. Een verrassende keuze, zoals wel meer elementen in de film voor een verrassingseffect zorgen. Het is een vervreemdende ervaring om van de ene scène in de andere gegooid te worden, zonder inleidende shots of uitleg. Ineens kijk je minutenlang naar een man die om onduidelijke redenen telkens weer een grote teug rook inademt om vervolgens in een hevige hoestbui te raken. Regisseur Amirkulov heeft in een interview verteld dat het zijn doel was om een wereld te creëren die ten diepste als historisch en dus vervreemdend aanvoelde. Ook wilde hij een zekere spanning opbouwen en zocht daarom bewust geen esthetiek en vermeed mooie beelden. Het zorgt ervoor dat je als kijker bij de les blijft: vaak weet je niet waar je bent of naar wie je luistert, maar de opbouwende spanning is onmiskenbaar.

Historisch gezien is het verhaal van de film gebaseerd op de historische bron De geschiedenis van de wereldveroveraar van Juvaini. Dit is een belangrijke Perzische bron die slechts enkele decennia na de val van Otrar op papier werd gezet. In enkele pagina’s wordt hier uiteengezet hoe het Khwarazmische Rijk en Otrar in conflict raken met Djengis Khan. De film volgt de bron nauwgezet, waarbij alleen de spion Undzhu door de schrijvers is toegevoegd. Ook in de bron vormt het bevel van Kaiykhan om de Mongoolse handelaren te vermoorden het scharnierpunt met verstrekkende gevolgen:

Kaiykhan in executing his command deprived these men of their lives and possessions […]. For every drop of their blood there flowed a whole Oxus (rivier in Azië); in retribution for every hair on their heads it seemed that a hundred thousand heads rolled in the dust at every crossroad.

De film volgt bijna elke regel van het verslag, tot en met het noodlottig einde van Kaiykhan:

[Kaiykhan] was led into the snare of captivity and was firmly bound and placed in heavy chains. […] They caused him […] to drink the cup of annihilation and don the garb of eternity.

Naast het getrouw volgen van deze historische bron, gebruikt de film andere historische elementen uit de periode. Opvallend daaraan is de paiza, het Mongoolse paspoort waarmee de drager onschendbaarheid genoot in het hele Mongoolse Rijk. Marco Polo wist ermee veilig van Venetië naar China te reizen. In The Fall of Otrar keert de paiza regelmatig terug, met dezelfde ambiguïteit als de rest van het verhaal. De paiza spaart de dragers van het noodlot van de Mongolen, maar wordt ook gebruikt als bewijs dat de Mongoolse handelaren spionnen zijn, die daardoor worden vermoord. Zo kan het bezit van de paiza zowel de dood als het leven betekenen.

Djengis Khan zelf wordt levendig vertolkt als een naderend onheil dat misschien wel meer diepgang heeft dan zijn slachtoffers vermoeden. In een van de laatste scènes, als Kaiykhan geketend bij Djengis Khan wordt gebracht, wijst de leider van de Mongolen op twee geestelijken van verschillende religies:

Look at them. They’re old scholars. They’re both from the same nation, yet they each ask me to skin the other one alive because one claims that God said one thing, and the other something different. And all this while horses enter their God’s house. I still haven’t decided whether I’ll let their nation survive or rot. While both of them are promising to prolong my life if I wipe the other one out. So why do you believe that I am wrong to trample on this land in order to build something different?

Vergelijk dit citaat uit de film met het volgende historische citaat van Möngke Khan, kleinzoon van Djengis:

We Mongols believe in one God, by Whom we live and die,” he then continued “Just as God gave different fingers to the hand so has He given different ways to men. To you God has given the Scriptures and you Christians do not observe them”.

De Mongolen tolereerden verschillende religies naast elkaar en daagden ze uit met elkaar in debat te gaan. Tegelijkertijd zagen ze zichzelf als de enigen met een heilig mandaat van god, en alle andere religies als amusante en ietwat minderwaardige varianten van hetzelfde geloof. Het bovenstaande citaat uit de film bevat overigens vrijwel zeker een hommage aan Tarkovksy, de grootste filmmaker uit de Soviet-Unie. In een beroemde scène uit zijn film Andrei Rublev betreden de Mongolen letterlijk te paard een Russische kerk. In beide films vertolken de Mongolen de rol van de ultieme ander, een chaotische kracht en uitdager van orde en religieuze structuren. Maar ook een kracht die onbelast is met de onderdrukkende macht van orde en waar mensen nog vrij zijn, humor hebben en veel met elkaar lachen.

Maar niet alles in de film is een getrouwe weergave van wat de bronnen ons vertellen over Djengis Khan en zijn Mongolen. Zo lijkt de Mongoolse Khan verregaand te zijn beïnvloed door Chinese adviseurs en draagt hij het yin-yangteken als officieel symbool. Dat is zeer onwaarschijnlijk: Djengis Khan en zijn nazaten zagen China als grote vijand. Ze maakten veelvuldig gebruik van Chinese kennis en ingenieurs maar zorgden er nauwgezet voor dat ze tegelijkertijd hun nomadische identiteit behielden. Vermoedelijk hebben de filmmakers voor dit symbool gekozen omdat het de dualiteit van het lot verbeeldt en daarmee ook de rol van Djengis Khan in de ondergang van Otrar. Is Djengis Khan het einde of ook een nieuw begin? Vernietiging draagt die dualiteit in zich, als een einde om je tegen te verzetten maar ook als een zondvloed, een onafwendbare schone start.

Zeker is dat de leiders van het Khwarazmische Rijk te lang bezig waren met hun eigen verdeeldheid om het ware gevaar te zien voor wat het is. En daarmee draagt de film ook een waarschuwing in zich. En die waarschuwing lijkt gericht tegen al die leiders die verblind raken door hun eigen intriges. Zó verblind, dat ze het gevaar pas zien als het op hun stoep staat. De film is gemaakt toen Kazachstan nog onderdeel was van de Soviet-Unie en de link met die politieke realiteit is dan ook snel gemaakt. Maar de lessen zullen waarschijnlijk nooit geleerd worden en zo heeft elke tijd haar eigen Agamemnon, Priamus en Cassandra – Djengis Khan, Kaiykhan en Undzhu.

Het beleg van Otrar.
De Paiza kan je leven redden van de Mongolen…
…of de dood betekenen bij de Perzen.
De brenger van slecht nieuws treft een lege zaal.
Kaiykhan sterft een gruwelijke dood maar heeft eeuwige roem…
…of niet?
De Mongolen kunnen er in ieder geval wel om lachen.

De complete film met Engelse ondertiteling (voor de restauratie).

Trailer van de gerestaureerde versie.

Citaten uit ‘The World-Conqueror’ in het artikel zijn van de vertaling van John Andrew Boyle.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.