Khanaten

Khanaten

Djengis Khan had voor zijn dood het enorme Mongoolse rijk opgedeeld in vier delen, die elk werd bestuurd door één van zijn zoons. Eén van deze vier werd Khagan, hij was de opperste leider van het Mongoolse Rijk. Djengis Khan had veel moeite met het kiezen van de nieuwe Khagan. De traditie zei dat de jongste zoon de titel zou erven maar Tolui, de jongste zoon van Djengis, was niet geschikt als Khagan. Daarom koos Djengis Khan Ogedei als zijn opvolger. Een ander probleem was het khanaat van de Gouden Horde. Jochi, de oudste zoon van Djengis, zou dit khanaat erven, maar hij stierf nog voordat Djengis stierf. Daarom werd de Gouden Horde verdeeld onder twee zoons van Jochi: Batu en Orda. Batu’s deel kreeg de naam Blauwe Horde en Orda’s deel werd Witte Horde genoemd. Vanuit het Khanaat van de Gouden Horde werden onder andere invallen gedaan in Europa. De grootste inval voerde onder leiding van generaal Subedei en Batu Khan tot diep in Europa. Bij het plaatsje Legnica, in het huidige westen van Polen, werd het Poolse leger verslagen. Vervolgens trokken ze door Hongarije en zelfs Oostenrijk. Paus Alexander IV probeerde een kruistocht tegen de Mongolen te organiseren, maar hij stierf voordat dat lukte.

In de periode van de khanaten werden er nog wel wat successen behaald, maar toch ging het langzaam slechter met het Mongoolse rijk. Officieel waren de khans ondergeschikt aan de khagan die in de Yuan-dynastie zetelde, maar in de praktijk handelden ze zelfstandig. Dit leidde in sommige gevallen zelfs tot oorlogen tussen de khanaten. Hierdoor werd de macht van het Mongoolse rijk als eenheid al snel minder. Toch beleefde vooral de Yuan-dynastie onder Koeblai Khan nog enkele grote successen, vooral de verovering van de Song-dynastie. Daarom wordt het jaar 1279, als de hele Song-dynastie is veroverd, gezien als het jaar waarop het Mongoolse rijk zijn hoogtepunt beleefde. Hierna ging het alleen maar bergafwaarts. De Yuan-dynastie viel na Koeblai Khan al snel ten prooi aan oude Chinese bureaucratie en decadentie, totdat een opstandeling de macht greep en de Ming-dynastie stichtte.

Kaart van de Yuan Dynastie

Yuan-dynastie (1271-1368)

Dit was het khanaat van de groot-khan, gesticht door de kleinzoon van Djengis: Koeblai Khan. Maar terwijl Koeblai bezig was de Song-dynastie te veroveren, greep zijn broer Ariq Boke in Karakorum de macht. Toen Koeblai dit hoorde trok hij zich terug uit China en ging met zijn leger naar Karakorum, waar een oorlog tussen de twee broers plaatsvond. Uiteindelijk won Koeblai Khan, waardoor hij de Khagan werd van het Mongoolse rijk. Hoewel Koeblai Khan een succesvolle Khagan was, betekende deze burgeroorlog het begin van het einde van het Mongoolse rijk. Na deze oorlog weigerden de andere Khanaten om Koeblai te erkennen als hun Khagan, hij had buiten de Yuan-dynastie dus weinig macht. Alleen de khan van het Il-khanaat, de broer van Koeblai, erkende Koeblai uiteindelijk als Khagan, maar het Il-khanaat bleef grotendeels zelfstandig.

Koeblai Khan

Koeblai Khan had veel afgekeken van de vorige Chinese dynastieën en hij hield de Chinese bureaucratie grotendeels in stand. Hij bouwde verschillende nieuwe steden, waaronder Dadu (voorheen Zhangdu en tegenwoordig Bejing), dat zijn hoofdstad werd. China werd onder het bewind van Koeblai Khan welvarender dan het in tijden was geweest en er heerste vrede in het hele rijk. Het is ook in deze tijd dat Marco Polo China bezocht, en schreef over de enorme rijkdom. Na het veroveren van de Song probeerde Koeblai nog verschillende andere gebieden te veroveren, maar dit mislukte. Hij deed verschillende invallen in Japan, maar steeds werd hij verslagen door de Japanse legers.

Koeblai Khan werd opgevolgd door Chengzong, ook wel Temür Khan genoemd. Deze zette het beleid van zijn grootvader Koeblai voort, maar ondanks zijn goede wil lukte het hem niet om de groeiende corruptie tegen te gaan. Na hem kwam Wuzong of Külüg Khan aan de macht. Deze keizer keurde het beleid van de vorige twee keizers af en ging terug naar het systeem dat China kende van vóór de verovering door de Mongolen. Dit wordt heel duidelijk gekenmerkt door het feit dat hij de leer van Confucius weer herstelde. Al eeuwen voor de verovering door de Mongolen werd China geregeerd op basis van Confucius’ werk, dat grofweg inhield dat China werd bestuurd door een systeem wat was gebouwd op bureaucratie. Deze Külüg khan was niet succesvol en het ging steeds slechter met de eens zo machtige Yuan-dynastie. Geen enkele keizer na hem lukte het om China weer terug te brengen naar zijn oude glorie. Zelfs door de Mongolen uit de andere Khanaten werd dit khanaat gezien als Chinees en dus als vijandig.

Uiteindelijk stond er in de chaos een rebel op, Zhu Yuanzhang, die langzaam oprukte en uiteindelijk de hoofdstad Dadu wist te veroveren. Hij werd onder de naam Hongwu de eerste keizer van de Ming dynastie.

Djengis Khan en zijn nazaten. De Khagans zijn omcirkeld.