Het Mongoolse Rijk

Het Mongoolse Rijk

Iedereen kent wel het plaatje van de woest uitziende Mongolen. Hordes van deze barbaren stroomden over de wereld en veroverden de ene na de andere stad. Dit waren de Mongolen: woest, bloeddorstig en wreed. Het is ook niet zo gek dat een andere naam die werd gebruikt voor de Mongolen, de Tataren, werd veranderd in Tartaren, omdat werd geloofd dat de Tataren “ex tartarus” kwamen, uit de onderwereld dus. De Mongolen stonden zelfs voor de poorten van Europa, waar ze onder leiding van de gevreesde Subedei de legers van een aantal Europese grootmachten hadden verslagen. Lange tijd heeft het beeld van de Mongolen als woeste en meedogenloze krijgers de geschiedenis beheerst. Het is nog helemaal niet zo lang geleden dat men zich begon te interesseren in de Mongoolse geschiedenis in plaats van de Mongolen af te schrijven als barbaren.

Karakorum

Karakorum
De stenen schildpad: het enige overblijfsel van Karakorum

De hoofdstad van het Mongoolse Rijk werd in het midden van de steppe uit de grond gestampt rond 1235. Voorheen had hier een kleine boeddhistische nederzetten gestaan, maar niets wat leek op de stad die hier zou verrijzen. Het was op een kruispunt tussen een aantal hoofdwegen die door de nomaden werden gebruikt. Met de bouw werd begonnen onder Khan Ögödei, die voor zichzelf een groot paleis liet bouwen. Om de stad heen werden dikke aarden wallen gebouwd. Binnen de muren stonden een aantal centrale gebouwen, maar het grootste gedeelte was gereserveerd voor tenten van de overwegend nomadische bevolking. Ook Ögödei zelf verbleef niet het hele jaar in de stad maar hield vast aan nomadische gewoontes. De bekendste overblijfselen van Karakorum zijn de grote stenen schildpadden die het draagstuk van imposante zuilen vormden. Al snel trok dit administratieve middelpunt van het Mongoolse Rijk gezanten, kooplieden en geestelijken van over de hele wereld aan. Nadat het Mongoolse Rijk in elkaar stortte raakte de stad echter snel in verval. Veel bouwwerken werden afgebroken voor de kostbare materialen op de steppe.

“In their country there are no villages or cities, except one, substantial enough to be called a city, and that is named Caracoron.”

Giovanni DiPlano Carpini, The story of the Mongols whom we call the Tartars, vert. Erik Hildinger